De berging van de Baltic Ace was mijn mooiste project ooit

Als technisch manager bij Rijkswaterstaat (RWS) houdt Pieter Dijkstra zich bezig met zowel grote baggerwerken als scheepsbergingen. Binnen deze projecten is hij verantwoordelijk voor de technische kwaliteit, uitvoering en veiligheid. Zijn 1e berging - van het autotransportschip Baltic Ace - was direct van ongekende omvang.

Schadelijke stoffen

De Baltic Ace zonk in december 2012, 60 kilometer uit de kust van Goeree. De zomer daarop gaf de minister ons de opdracht om het schip in zijn geheel te bergen. De reden hiervoor waren de vervuilende stoffen in het wrak: het broom in de autostoelbekleding, de stookolie en accuzuren. Het was de grootste berging ooit in Nederland, en we moesten de operatie zorgvuldig plannen. De Noordzee is doorgaans alleen in de maanden april tot en met september kalm genoeg om te kunnen bergen. Ook moesten we ervoor zorgen dat er zo min mogelijk stoffen weglekten, en we elk wrakdeel konden ophijsen. Dit kon met behulp van inventieve zaagtechnieken. In september 2015 was de zeebodem schoon, en halverwege 2016 zal al het restmateriaal gerecycled zijn bij erkende verwerkingsbedrijven.

Woordvoerder

Zo’n berging als de Baltic Ace komt misschien maar eens in de 10 jaar voor, en spreekt enorm aan. We wisten dat we veel persaandacht konden verwachten, maar dat mocht het werk natuurlijk niet belemmeren. We besloten daarom het contact met de media te structureren. We organiseerden persbijeenkomsten, en zorgden ervoor dat de journalisten dan uitgebreide, inhoudelijke informatie kregen.

Nadat ik op een RWS-medewerkersdag een presentatie had gegeven voor 850 man over de Baltic Ace, werd ik tot mijn verrassing gevraagd om de externe woordvoering te doen. Normaal is dit niet de taak van een technisch manager, maar juist door mijn werk was ik goed in staat om inhoudelijke vragen te beantwoorden.

Baggerwerkzaamheden

Bergingen komen zo nu en dan voor, maar baggerwerken in de grote vaargeulen vinden doorlopend plaats. Wij moeten continu garanderen dat een vaargeul op diepte is, bijvoorbeeld in de Westerschelde, de Eemsgeul, bij IJmuiden, in de Rotterdamse haven en het aanloopgebied, en in de Waddenzee. Zo niet, dan bespreek ik met de aannemer en beheerder wat er moet gebeuren. Voor ik bij RWS werkte, was ikzelf werkzaam voor een baggeraar. Ik zwierf 9 maanden per jaar over de wereld, maar omdat mijn sociale leven in Nederland was, brak het me uiteindelijk op. In mijn huidige functie blijf ik misschien binnen de landsgrenzen, maar de projecten zijn heel divers. Ik werk samen met partners uiteenlopend van Havenbedrijf Rotterdam tot Natuurmonumenten. En in plaats van het werken met contracteisen zoals bij een baggeraar, stel je als RWS zelf de voorwaarden op. De regie hebben over een project is echt een pluspunt.’